|
Hoofdstuk 2: Het overleven van de sterksten: waarom de godsdienst aan de winnende hand is.
Het darwinisme weet met de blijvende vitaliteit van de godsdienst niet goed raad. Dawkins noemt het “een raadsel van formaat voor iedereen die darwinistisch denkt”. De Amerikaanse antropoloog Scott Atran zegt dat godsdienstig geloof inhoudt dat “dat wat fysisch bezien onwaar is, voor waar houdt”, en omgekeerd”. De vraag is dan ook waarom de mens zich zo ontwikkeld heeft dat hij is gaan geloven in dingen die niet bestaan. De Amerikaanse filosoof Daniel Dennet constateert: “ Nu lijkt religie op het eerste gezicht uit evolutionair standpunt nutteloos”. Het kost tijd en geld: er worden kathedralen en piramiden gebouwd, oude IsraĆ«lieten offerden hun vetste kalveren aan Jahweh, voor hindoes zijn koeien heilig en varkens onrein, christenen geven geld aan de kerk, Joden doen aan Sabbatsheiliging, gelovigen gaan op pelgrimstocht, gelovigen zijn bereid voor hun geloof te sterven.
Toch denken darwinisten goddienst evolutionair te kunnen duiden. De Amerikaanse bioloog Wilson schrijft dat “we op een keerpunt in de geschiedenis van de biologie zijn aangekomen, wanneer de godsdienst zelf natuurwetenschappelijk kan worden verklaard”.
|