|
Lezingen:
De kolibri is een heel klein vogeltje van soms maar tien gram. Die arme kolibri moet elke dag meer dan zijn eigen gewicht aan voedsel bij elkaar zien te scharrelen, wil hij in leven blijven. Zo zit zijn energiehuishouding nu eenmaal in elkaar. Sommige mensen lijken wel een kolibri. Elke dag moeten ze hun eigen gewicht aan nieuwe ervaringen en belevenissen scoren. Pure kolibri's zijn er niet veel onder de mensen. Die worden meestal ook niet oud. Maar we hebben allemaal wel eens iets van zo'n vogeltje in ons. Dat komt omdat we er besef van hebben dat we sterfelijke wezens zijn. Als enigen op aarde weten we dat het op een dag voorgoed afgelopen zal zijn. We hebben een beperkte houdbaarheidsdatum. Je weet niet welke datum er precies op jouw houdbaarheidsstempel staat, maar je weet wel dát je beperkt houdbaar bent. Je hebt geen enkele garantie hoeveel jaren je zult hebben. Karel Appel is wel 85 jaar geworden. Naar eigen zeggen was hij nooit bezig met zijn eigen sterfelijkheid. Toch valt het op dat hij jarenlang in een moordend tempo het ene werk na het andere schilderde alsof de tijd hem op de hielen zat, alsof iedere dag de laatste kon zijn.
Hoe gaan wij in onze samenleving om met de sterfelijkheid? Een eerste manier is dat we koste wat kost elke dag willen genieten. Onze genotscultuur schreeuwt ons van alle daken toe: eet, drink, proef, geniet! Want je leeft maar één keer! Wacht niet tot morgen met het kopen van datgene wat je nú hebben wilt. Leg jezelf vooral geen grenzen op: 'I want it all, and I want it now'. Ik wil het allemaal, en ik wil het nú. Er bestaan gezinnen die amechtig alle attracties aflopen, want stel je voor dat je aan je kind ook maar iets onthoudt. En zo wordt een volgende generatie kolibri's gekweekt. Maar je kunt ook op een heel andere manier omgaan met de wetenschap dat je leven eindig is. Dat zie je bij een groeiend aantal mensen. Dat zijn de mensen die proberen heel bewust te leven. Ze proberen een eigen vorm van levenskunst te scheppen. Van hun eigen leven maken ze een kunstwerk. Ze kijken kritisch naar zichzelf, en naar de keuzes die ze maken. Ze vragen zich af: waar wil ik eigenlijk naar toe met mijn leven? Van alle keuzes die ik zou kunnen maken, welke ga ik werkelijk aan? En hoe kan ik dan mijn doel bereiken? Dat klinkt al een stuk verantwoordelijker dan de houding van de mensen die eigenlijk álles af willen grazen. Maar uiteindelijk kan het toch een nogal zorgelijke toestand worden. Als jouw levenskunst er uit bestaat dat je zelf steeds de juiste keuzes moet maken, dan kun je met een voortdurende angst gaan leven dat je de verkeerde keus maakt. Je kunt miskleumen. Je kunt je eigen mogelijkheden verkeerd inschatten. Je kunt denken dat de dingen op een ingeslagen weg allemaal wel vanzelf zullen lopen. Maar in je levensloop geldt beslist: 'resultaten behaald in het verleden bieden geen garantie voor de toekomst'. Je kunt nog zo bewust omgaan met je leven, en toch loopt het mis. Je hebt de perfecte partner uitgekozen. En toch loopt je huwelijk al na een paar jaar op de klippen. Je voedt je kroost heel bewust op, je kunt alles precies verantwoorden wat je wel en niet doet. En toch worden het een stel draken van kinderen. En dan moet de Nanny ingehuurd worden om de boel weer een beetje op de rails te krijgen. Het lijkt alsof jij met al je bewuste keuzes het leven beheerst, maar het leven keert zich tegen je. Het leven beheerst jóu. Wat is nodig in deze situatie? In één woord: ontspanning. Nodig is: stoppen met de spanning van: alles willen proeven. Want daar is het leven nu eenmaal te kort voor. Nodig is: stoppen met de spanning van: altijd de goede keuzes moeten maken. Want dat lukt je nu eenmaal niet. We moeten af van het angstaanjagende karakter van 'je leeft maar één keer'. Ten diepste kunnen we alleen maar van die angst af komen als we het niet allemaal zelf willen doen, maar als we in ons leven gaan afstemmen op de stem van God de Vader zelf. 'Ons hart is onrustig, totdat het rust vindt in U'. Rust is te vinden bij de Here God, bij zijn eigen Zoon die zei: Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven. Die spreuk geldt ook als je inderdaad maar één keer leeft, of misschien wel júist als je maar één leven hebt. Inderdaad: je leeft maar één keer. Meer is het niet.Je krijgt dagen, steeds weer hetzelfde ritme van opstaan en slapen gaan. Een dag is een hanteerbare grootheid. Misschien moet je voor je werk jaarplanningen maken, maandplanningen en takenlijstjes voor de week, maar uiteindelijk komt het steeds weer terug bij de dág. De dag is de basis van de gelovige levenskunst. Dat staat ook prachtig in die 90ste psalm die over jaren en dagen gaat. Het stond er zelfs nog iets mooier in de oude vertalingen: 'de dagen van onze jaren, daarin zijn 70 jaren'. Het hebreeuwse idioom spreekt van 'dagen van jaren'. Ook de jaren worden teruggebracht naar een menselijke maat, de dag. In de dag moet het gebeuren. Je moet je voegen in het ritme van opstaan en slapen gaan, en misschien wel weten dat je eigenlijk nog duizend- en één dingen had moeten doen, maar dat het op een gegeven moment genoeg is. En je legt de dag bij God neer, je gaat slapen, en de volgende morgen begin je met het vragen van een zegen over de nieuwe dag. Dat is het ritme van de dag. Maar toch is dat vaak moeilijk. Toch zit onze sterfelijkheid ons in de weg. Misschien maak je onbewust de rekensom van nou misschien krijg ik wel zeventig jaar dat is dan 365 maal 70 met nog een paar schrikkeldagen er bij en dan heb je dus zoveel dagen laat ik er even de rekenmachine bij halen. Moeten we zo onze dagen tellen? In de psalm van vanavond gaat het om een ander tellen van dagen. Het gaat niet om kwantiteit maar om kwaliteit: 'Leer ons zo onze dagen te tellen dat wijsheid ons hart vervult'. Het gaat om je hart. Daar zit kennelijk het meest je 'ik'. Het gaat bij het tellen van dagen niet allereerst om je verstand, of om je wil. Nee, het hart staat centraal, het centrum van jezelf, je diepste zelf. En dat moet wijs worden, in het hebreeuws: goochem. Maar waar gaat het dan precies om? De sleutel ligt daarin dat we ruimte maken voor God, ruimte maken voor Zijn Woord, voor Zijn beloften, niet alleen beloften voor onszelf, maar voor de gehele wereld. Het gaat om ruimte maken voor Gód, want de wijsheid die we nodig hebben moet van de Here God zelf komen. God zelf is de bron van wijsheid. God zelf wil ons wijsheid leren omdat Hij er genoegen in schept dat mensen tot hun bestemming komen, dat mensen het goed hebben met anderen en met zichzelf. Dat we de dagen niet laten voorbijgaan in een sleur van o God zij dank het is al weer avond we mogen eindelijk naar bed, maar dat we de dag werkelijk de dág hebben laten zijn, en daarin wijsheid hebben gevonden, in ons hárt. Het gaat er om dat ons hart temidden van al die dingen die we nu eenmaal moeten doen echt iets geproefd heeft van Gods liefde in de dingen waar we mee bezig zijn geweest en in de mensen die we ontmoet hebben. In een prachtige week in Mei als we net beleefd hebben is dat misschien makkelijk gezegd. Alles lacht je toe. De natuur is één grote lofzang op de Schepper. Je ziet de bloeiende struiken, en de mensen lijken ook op te bloeien. De winter is eindelijk voorbij. Maar we laten ons ook leren de dagen te tellen als God ver weg is, de verborgene, ja, de afwezige. Als we roepen, waar bent U God? Wilt U met mij, met ons ook de diepte in, gaat u mee de verlatenheid in? Wij mogen leven uit de liefde van een God die geen vreemde is gebleven, maar eens en voor al in zijn geliefde Zoon zijn compassie heeft getoond, voor heel de wereld, voor wie het maar horen wil. Voor wie daaruit leven wil kan daar een geweldige ontspanning van uit gaan. In Christus heeft God ons op een bevrijdende manier lief heeft voordat wij in staat zijn hem lief te hebben. Zoals we gelezen hebben: ' Het wezenlijke van de liefde is niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat hij ons heeft liefgehad, in Christus! Als we proberen te liefde vanuit die liefde, dan kunnen we proberen te leven met een bevrijdende en niet krampachtige levenskunst. We gaan niet als bezetenen de wereld veranderen, maar beginnen met wachten op de sporen van God die zich aandienen. We staan open voor een compassie die wij niet in de wereld hoeven te brengen, maar die wij ontvangen wanneer we er voor open staan. En dan gaan we zelf Gods liefde verder brengen. Is één leven daarvoor genoeg? Niet als je zelf de gehele last van de wereld zou willen dragen. Maar dat vraagt God ook niet van ons. We leven maar één keer. Maar laten we dan ook leven met hart en ziel, met besef dat we nooit alles zullen kunnen doen wat we wel zouden willen doen of kunnen doen. Maar laten we dan dat wat we doen ook doen met aandacht, concentratie, met liefde voor de mensen, en daarin God vinden, iedere dag weer opnieuw. Ds. JDF van Halsema [gebruik is gemaakt o.a. van: Erik Borgman, ‘Leven is een kunst’. In: Hans Weigand (red.): Het volle leven. Levenskunst en levensloop in de moderne samenleving. ICS-cahiers 42. Zoetermeer/Utrecht 2005, p. 9-19.]
|