Tekst: Johannes 13: 1-15
Thema: ‘Horen bij Jezus’ De vraag die ik u vanavond heb gesteld was deze: wanneer horen wij bij Jezus? Wat moeten wij doen om bij hem te horen? Ik had u gevraagd om daar eens over na te denken, voordat de lezing uit het Nieuwe Testament klonk. Waar heeft u aan gedacht? Ik noem een paar mogelijkheden. Je hoort bij Jezus als je zijn manier van leven probeert te volgen. Je hoort bij Jezus als je zijn geboden volgt. Als je probeert te leven en te handelen in zijn geest. Je hoort bij Jezus als je in zijn naam bidt. Je hoort bij Jezus als je hem belijdt als Heer Als je in hem Gods Zoon ziet. Als je lid bent van zijn kerk. Als je op hem vertrouwt, in hem gelooft. Ik vermoed dat u vooral antwoorden hebt gegeven die er over gaan dat je zelf, actief, moet handelen in Jezus’ geest: je hoort bij Jezus als je in zijn spoor gaat. Maar het is u misschien opgevallen, de tekst van vanavond geeft een totaal, maar dan ook totaal ander antwoord. Jezus zegt hier: je hoort bij mij als je je voeten door mij laat wassen. Wat deed in die tijd een mens die de voeten van een ander waste? Hij handelde als een slaaf, een dienaar. Jezus zegt dus in onze tekst: je hoort niet bij mij als je het niet toestaat dat ik jouw slaaf, jouw dienaar ben. Dat is een schokkende tekst. daar moet je even van bijkomen. Want wij willen helemaal niet gediend worden. We willen de dingen in eigen handen hebben. Zelfstandig willen we zijn, autonoom. Maar als we de tekst van Johannes serieus nemen, dan komt ons hier een totaal andere sfeer tegemoet. Hier zijn we niet actief, maar uiterst passief. Bij deze laatste maaltijd van Jezus en zijn leerlingen moeten ze iets aan zich laten gebeuren. Ze moeten iets ondergaan. Ze moeten ondergaan dat hun Heer zich verlaagt tot de status van een slaaf. Dat hij niet alleen de kleding van een slaaf aantrekt, maar dat hij ook de dingen doet die bij een slavenbestaan horen: anderen de voeten wassen. Geen wonder dat Petrus protesteert. Dat nooit! Hij die volgens de traditie de eerste paus van Rome was, toont zich trots en eigenzinnig. Zou Jezus hem de voeten wassen? Geen sprake van! Maar Jezus reageert met die woorden die vanavond centraal staan: ‘Als ik je voeten niet mag wassen, kun je niet bij mij horen,’ Laten we deze woorden eens tot ons zelf door laten dringen. Vanavond gaat het over een geloof dat nu eens niet begint bij ons eigen denken en voelen, ons eigen staan in de wereld. Het geloof van Johannes 13 is allereerst: toestaan dat jij gediend wordt door Jezus. Dat hij jou de voeten wast. Dat hij voor jou, voor u de weg naar Jeruzalem gaat, de weg naar Golgotha. Er is heel veel twijfel vandaag de dag over de betekenis van het kruis, de betekenis van het lijden van Christus, ook bij ons in de Bethlehemkerk. Ten dele komt dat omdat dit amper uit te leggen is. Het Nieuwe Testament spreekt in beelden die ons vreemd zijn. Het is moeilijk uit te leggen. Maar zou het misschien zo kunnen zijn dat al die moeite ook met een meer persoonlijke blokkade te maken heeft? Een blokkade niet in ons verstand maar in ons hart? Namelijk dat we ten diepste niet verdragen dat een ander iets voor ons zou doen, dat er iets áán ons gebeurt in plaats van dat we het zelf doen. Dat een ander zich voor onszelf op het spel zet. Is dat misschien de diepste blokkade? Christelijke spiritualiteit begint hiermee: accepteren dat je niet alleen maar zelfstandig en autonoom bent. Dat een ander iets voor jou moet doen, dat God zelf in zijn geliefde Zoon iets voor jou doet, nee: alles wil doen. Maar dat niet alleen, en daar is onze tekst vanavond zonneklaar in: als God in Christus zo aan ons handelt, dan moeten wij vervolgens ook zo aan elkaar handelen. Want Jezus zegt: ‘Wat ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen’. Maarten Luther verwoordde dat ooit zo: we moeten voor elkaar Christussen worden. Niet dat wij nog eens over moeten doen wat Christus heeft gedaan, maar dat we zijn dienstbaarheid aan elkaar tonen. Dat we aan elkaar een werk ten goede doen, er voor elkaar zijn, elkaar bij wijze van spreken de voeten wassen. Accepteren we dat wel? Dat een ander er voor jou is? Dat je als mens onder mensen niet alles zelf kunt, maar geholpen moet worden, om mens te worden? Zoals Christus zichzelf gegeven heeft aan ons mensen zodat wij waarlijk mens konden worden, staande recht voor het aangezicht van God, zo mogen mensen zich aan elkaar geven. Het avondmaal dat wij zullen vieren is een geschenk van Christus als onze gastheer. Van ons worden vervolgens de vruchten verwacht. Zoals Christus zich aan ons geeft in brood en wijn, zo geven wij onszelf aan de ander. Ds. JDF van Halsema
|