Er was ooit een tijd dat mensen zich het hoofd braken over hoe het nu eigenlijk zat met de vraag hoe je als mens genade kunt vinden in Gods ogen. Dat is het hoofdthema van de roman ‘knielen op een bed violen’ van Jan Siebelink. Hoe weet je zeker dat je gered zult worden? Door deze vraag wordt de hoofdpersoon van deze prachtige roman verteerd. In een gemeente als de Bethlehemkerk leven er eerder andere vragen.
Motto: Paulus en Jakobus: geloof versus daad? Jakobus en Paulus spreken beiden over Abraham als een voorbeeldfiguur. Maar ze willen er verschillende dingen mee duidelijk maken. Paulus zet het op de kaart van het geloof, Jakobus op de kaart van de daad. Het lijkt een volledige tegenstelling. Maar klopt dat wel?
Orde van dienst
Psalm 105: 1 en 2 Psalm 105: 3 Kyriëgebed, besloten met het Kyrië uit Taizé Gloria uit Taizé Lezing: Jakobus 2: 14-26Gezang 62 Lezing: Galaten 3: 1-14Gezang 344: 1-3 Uitleg en verkondiging Gezang 3: 1, 2 , 3 en 6 Voorbeden door diaken Nel Koning Nodiging Gezang 351: 1 en 2 Instellingswoorden. Gezang 351: 3 en 4 Viering onder orgelspel Dankgebed Gezang 252 Zegenbede
Uitleg en verkondiging
Er was ooit een tijd dat mensen zich het hoofd braken over hoe het nu eigenlijk zat met de vraag hoe je als mens genade kunt vinden in Gods ogen. Dat is het hoofdthema van de roman ‘knielen op een bed violen’ van Jan Siebelink. Hoe weet je zeker dat je gered zult worden? Door deze vraag wordt de hoofdpersoon van deze prachtige roman verteerd. In een gemeente als de Bethlehemkerk leven er eerder andere vragen, vragen bijvoorbeeld naar het lijden in de wereld. De vraag waar God eigenlijk te vinden is. De vraag hoe ik me als gelovige staande kan houden in een verwarde wereld. Toch kan het geen kwaad als we dankzij de brief van Jakobus weer eens die moeilijke aloude vragen op ons bordje krijgen. Hoe komen we goed voor God te staan? Wat betekent eigenlijk de oude leer van de rechtvaardiging uit het geloof? Dat behoort tot het typisch protestantse erfgoed. Het kan geen kwaad het daar weer eens over te hebben. Als je met die vraag de bijbel gaat lezen, dan ontstaat er een groot probleem, want Paulus zegt: je wordt gerechtvaardigd door je geloof. Maar Jakobus legt alle nadruk op de daad! Dat is niet zomaar met elkaar te verzoenen. Paulus én Jakobus beroepen zich beiden op de vader van het geloof, Abraham, maar ze leggen het accent verschillend. Paulus zoomt in op het geloof van Abraham. Jakobus legt de nadruk op Abraham’s daad. Hoe zit dat? Ten eerste: waarom spreekt Paulus zo over Abraham? Vroeger hadden we het volgende beeld van de apostel Paulus: Paulus zou in zijn periode voordat hij christen werd helemaal zijn stukgelopen op zijn Jood-zijn. Wanhopig had hij geprobeerd zich aan alle voorschriften van de wet van Mozes te houden, om maar de redding van de kant van God te verdienen. En wat Paulus had gedaan, dat gold voor het hele Jodendom: het was een godsdienst van werkgerechtigheid, zoals men dat noemt: je probeerde zelf je heil te verdienen. Maar we zijn er achter gekomen dat dat hele beeld niet klopt. Paulus ging namelijk pas vragen stellen bij zijn Joodse erfenis toen hij Jezus ontmoet had. Dat was zo’n geweldige, overdonderende ervaring dat hem duidelijk werd dat niet alleen Joden, maar ook niet-Joden, u en ik dus ook, daarin mochten delen. Het verbond aan Abraham ging open voor álle volken. In Jezus was de scheidsmuur tussen Joden en niet-Joden geslecht. Jezus was voor álle mensen gestorven. Zijn Geest werkte in álle mensen. Paulus was radicaal. Voor een joodse man was het prima om besneden te zijn. Maar dat moest je niet opleggen aan de nieuwkomers, aan de christenen die niet als Jood geboren waren. Zij hoefden zich niet te laten besnijden. Zij hoefden zich niet aan de ceremoniële wetten te houden. Maar niet iedereen dacht er zo over. In de gemeenten van Paulus in Galatië, dat is het huidige zuidoost Turkije, waren predikers gekomen die hebben gezegd: om werkelijk bij God te horen moet je je laten besnijden. Je moet Jood worden! De kwestie is dus: hoe krijg je toegang tot God? Met die vraag in het achterhoofd ging Paulus toen zijn bijbel lezen. En wat ontdekte hij? Deze tekst: Abram vertrouwde op de HEER en deze rekende hem dit toe als een rechtvaardige daad. Het begon dus met vertrouwen oftewel geloof! Hieruit trekt Paulus dan duidelijke en radicale consequenties. Je krijgt niet toegang tot God door het overnemen van rituele gewoonten, zoals de besnijdenis, maar door je houding van geloof waarmee je reageert op dat wat God in Christus heeft gedaan. Geloof of vertrouwen is dus de sleutel om toegang te krijgen tot God, om een relatie aan te gaan met God, niet zoiets als besnijdenis. Maar waar blijft het doen dan? Dat is geen enkel probleem voor Paulus. Twee hoofdstukken verder in dezelfde brief heeft hij het over geloof dat zich uitwerkt in de liefde, of geloof dat krachtig wordt door de liefde. Ook voor Paulus is geloof zonder daad dood. Ook voor Paulus is geloof zonder liefde dood. Nu de brief van Jakobus. Deze brief is ontstaan in een gans andere situatie. Jakobus is niet direct in discussie met Paulus, maar met mensen die de brieven van Paulus hebben misverstaan. Zij hebben maar de helft van het verhaal gehoord. Zij hebben gehoord dat je goed komt te staan voor God door je geloof. Maar ze hebben niet gehoord en begrepen dat zonder bijbehorende daden je geloof dood is. Jakobus richt zich tot rijken die denken dat je ook christen kunt zijn zonder de werken van barmhartigheid te betonen. Jakobus richt zich tot mensen die denken dat het christelijk geloof alleen maar een gemoedstoestand is, een beleving van geestelijke of misschien wel esoterische dingen. Jakobus richt zich tot mensen die er niet bij stil staan wat het geloof voor gevolgen heeft voor je gewone, dagelijkse leven. En daarom corrigeert Jakobus die mensen op zo’n manier dat er een tegenstelling lijkt te ontstaan met Paulus. Omdat de mensen voor wie hij schrijft Paulus hebben misverstaan, daarom moet Jakobus het nu helemaal scheef trekken naar de andere kant. Hij neemt dezelfde tekst over Abraham’s geloof die voor Paulus een kroontekst was geweest, maar doet er iets heel anders mee. Hij bewijst er de prioriteit van de daad mee. Hij combineert de tekst uit Genesis 15 met de tekst over het offer van Isaäk, en komt dan tot een heel andere conclusie. Kijk maar, zegt hij tot zijn gehoor, kijk maar: al bij Abraham ging het om de daad! Hij vertrouwde God immers zo dat hij zelfs bereid was zijn zoon te offeren! Jakobus doet dus iets anders met dezelfde bijbeltekst. Hij moet wel, want het geloof als daad staat op het spel. Als Jakobus deze mensen niet corrigeert dan dreigt het geloof een vrijblijvend soort filosofie te worden. Iets waar je heel interessante en geleerde gesprekken over kunt voeren, iets waarover je allerlei belevingen kunt uitwisselen, maar de arme medemens zie je intussen niet staan. Tot slot: wie hebben we nu het meeste nodig: Paulus of Jakobus? Bij Paulus ligt de prioriteit bij het geloof, want hij heeft het over de kwestie hoe je als mens toegang krijgt tot de beloften van God. Bij Jakobus ligt de prioriteit bij de daad, want bij hem gaat het over de vraag hoe je bij God blíjft als je tot geloof gekomen bent. Als je dat ziet is er maar één conclusie mogelijk: namelijk dat we beide schrijvers nodig hebben in onze bijbel. We hebben om te beginnen Paulus nodig, ook anno 2007. Want Paulus leert ons dat je relatie tot God begint met vertrouwen. Het begint met geloof, een daad van vertrouwen. De bedoeling is dat dat een bevrijdend gevoel geeft. Je bent bevrijd van krampachtig werken aan je eigen heil. En het is de bedoeling dat daardoor energie vrijkomt voor de ander, voor de samenleving. Zoals Paulus dat noemt: geloof door liefde werkende! Maar om dat laatste niet te vergeten hebben we dus ook een Jakobus nodig. Want Jakobus wil ons laten nadenken over de vraag hoe we de relatie tot God vervolgens kunnen volhouden en vormgeven. Geloof heeft het nodig zich te uiten. Geloof is niet alleen een staat van je geest, maar iets dat te maken heeft met je handen en voeten, je oren en ogen. Er was eens een groep mensen in een kerk. Het was een fijne groep die uit verschillende gezinnen bestond. Er werd aan bijbelstudie gedaan, ervaringen werden met elkaar gedeeld. Er werd vooral heel veel gepraat. Op een dag schraapte een van de leden zijn keel. ‘Jongens’, zei hij, ‘het is allemaal wel heel leuk en gezellig, maar gaan we ook eens wat doen?’ ‘Gaan we ook eens wat doen?’, is ook voor ons de vraag die we vanuit de brief van Jakobus meekrijgen. Als we straks samen brood en wijn delen, dan gaat het er ook om dat we door dat zichtbare teken van Gods verzoening in Christus kracht krijgen om inderdaad wat te gaan doen. Om het geloof te uiten, in hoe je omgaat met anderen, in de keuzes die je maakt, in de manier waarop je in het leven staat en je leven vormgeeft. We zijn elkaar gegeven om elkaar daarin te helpen, om elkaar te corrigeren als het nodig is, om elkaar moed te geven.
Zes weken lang hebben we gelezen uit de brief van Jakobus. Dat deze brief ons moed en inspiratie mag geven om het vol te houden, om te leven met God en met onze naaste.
[Op deze preek rust copyright. Dat wil zeggen dat deze tekst vrijelijk hergebruikt mag worden, echter alleen na voorafgaande toestemming van de auteur en met bronvermelding] ______________________________________________________________ In het kerkblad van Hilversum had als aankondiging gestaan:
Komende zondag gaat het over iets waar velen zich het hoofd over gebroken hebben: hoe kan het dat Paulus en Jakobus zo totaal verschillende dingen zeggen over Abraham’s geloof? Immers: met Genesis 15 in de hand verdedigt Jakobus dat het bij Abraham om de daad ging. Maar Paulus verdedigt met dezelfde tekst dat het om het geloof ging. Wie heeft er nu gelijk? We zullen zien dat er sprake is van een schijntegenstelling. Paulus en Jakobus spreken in totaal verschillende situaties. Ze zijn niet met elkaar in gesprek, maar met anderen. In deze laatste dienst van de zomerserie over Jakobus gaan we ons weer eens bezinnen op ons reformatorisch erfgoed. Waar ging het ook alweer om bij de leer van de rechtvaardiging uit geloof? Het gaat om een vrolijk geloof!, is mijn stelling.
|