Theologen zijn het al sinds minstens dertig jaar gewend om geregeld het woord ‘geloofscrisis’ in de mond te nemen. Kerken lopen leeg, voor veel mensen zijn de oude verwoordingen van het geloof leeggelopen. Dat alles noemen we: ‘geloofscrisis’. Dan is het een verassing dat sinds enkele weken een woord de media volledig beheerst dat in feit een synoniem is van bovengenoemd woord. Want iedereen heeft het over de ‘kredietcrisis’. Zoals ik in de preek van 5 oktober zei: krediet komt van het latijnse woord credo dat betekent: geloven of vertrouwen.
Onze hele economie is, zo beseffen we deze dagen weer eens, in feite gebaseerd op een niet-materieel goed, namelijk vertrouwen. Dat is de smeerolie van de economie. Zonder vertrouwen worden geen kredieten verstrekt, geen hypotheken aangegaan. Alles hangt van vertrouwen aan elkaar.
Opeens beseffen we ook dat we te goed van vertrouwen zijn geweest, namelijk in de zegeningen van de vrije markt. Maar een markt waarin mensen leningen krijgen die ze nooit af zullen kunnen betalen, dat is een systeem dat zijn eigen ondergang bewerkstelligt. En helaas heb ik het vermoeden dat van deze crisis de armen armer zullen worden, terwijl de rijken het wel zullen redden (of er al met hun bonussen vandoor zijn gegaan).
Overal klinkt nu de roep om regulering, om werk maken van een duurzame ekonomie die op lange termijn vertrouwen is gestoeld. Dat geeft hoop: zal deze crisis toch tot iets goeds leiden?
ds. Erik v. Halsema
(Bezinnend moment wijkkerkenraad 6 okt. 2008)
|