Iedere vier jaar worden de olympische spelen gehouden. Wat denkt u, heeft Paulus deze spelen ooit bezocht?
In Paulus' tijd was de competitieve sfeer die we van de sport kennen alom aanwezig. Hijzelf bezocht in het jaar 51 de Isthmische Spelen, vlakbij Corinthe. In 1 Corinthe 9 vinden we daar sporen van.
Op 13 augustus 2004 openen de Olympische Spelen in Athene. Zou de apostel Paulus ze bijgewoond hebben? Beslist! Hij zou zeker met plezier het boxen en de sprint over 100 meter hebben gezien. Hij zou echter met spijt geconstateerd hebben dat het wagenrennen geen Olympisch onderdeel meer is. Bij dit gevaarlijke onderdeel kon één moment van verslapte aandacht de menner fataal worden. Op slechts één ding was hij gericht: de finish halen! Precies zo schrijft Paulus in Phil. 3:14: 'mij uitstrekkende naar hetgeen vóór mij ligt, jaag ik naar het doel'. Dit beeld van Paulus als wagenmenner moet de inwoners van de Romeinse kolonie Philippi zeer aangesproken hebben.
De Isthmische Spelen Maar heeft Paulus dan ooit de Olympische Spelen bijgewoond? Waarschijnlijk niet. Hij heeft echter met zekerheid de wagenrennen kunnen zien tijdens de 'Isthmische Spelen', vlakbij Corinthe. In het voorjaar van 51 heeft Paulus de gelegenheid gehad dit grote tweejaarlijkse toernooi, één van de vier 'pan-helleense' Spelen, bij te wonen. Zou hij die gelegenheid voorbij hebben laten gaan? Vast niet. Wat zag Paulus toen op straat? Een redenaar omschrijft het ca. 40 jaar na Paulus' verblijf als volgt: 'massa's van ontaarde sophisten die naar elkaar schreeuwden, terwijl hun zogenaamde discipelen met elkaar twistten; vele schrijvers die hun stompzinnige werken voordroegen; goochelaars die hun trucks deden; sjacheraars die maar wat aan rommelden'.
Een 'agonistische' cultuur Deze passage is een mooie illustratie voor het sterk 'agonistische' of competitieve karakter van de grieks-romeinse wereld waarin Paulus zich bewoog. De 'agones' of Spelen die op diverse plekken gehouden werden, waren een combinatie van sporttoernooi, theaterfestival en jaarmarkt. Niet alleen in het stadion, maar ook op straat ging de competitie door. Filosofen en andere leraren wedijverden daar om leerlingen. En de status van de leerling was afhankelijk van de status van de leraar! Vandaar ook dat er in de nog jonge en kleine gemeente in Corinthe verschillende partijen ontstonden: een Paulus-partij, een Apollos-partij en een Cephas-partij: men zocht status door zich te scharen bij een bepaalde leraar (1 Cor. 1:12). Ook later in de Corinthische correspondentie blijkt dat deze competitieve sfeer grote spanningen veroorzaakte. In de slothoofdstukken van de tweede brief aan de Corinthiërs is Paulus gedwongen een deels ironische lofrede op zichzelf te houden om duidelijk te maken dat hij niet de mindere is van andere 'super-apostelen'. Het is alsof de gemeenteleden hun leiders zien als sporters die lopen in een race. Wie is de beste apostel? Heb je op de winnaar gewed, dan verhoogt dat je eigen status! Kortom: de agonistische cultuur zorgt er voor dat Paulus steeds bezig moet zijn de eigen status als apostel te verdedigen.
Een onvergankelijke krans Als we verder inzoomen op de tekst van de brieven komen we terecht 1 Cor. 9:24-27. Paulus gebruikt hier het beeld van de renbaan (grieks: stadion) waar slechts één de prijs behalen kan. Hij heeft het over de nodige beheersing om mee te kunnen doen. Hij noemt het beeld van een boxer die slechts aan schaduwboxen doet, wat onvoldoende is. Allemaal beelden uit de sportwereld, die natuurlijk bekend verondersteld kunnen worden bij een gehoor dat ook o.a. de Isthmische Spelen bijwoonde. Eén bijzonder element haal ik er nog uit. Paulus spreekt in vers 25 over sporters die zich inspannen om een vergankelijke erekrans te krijgen. Hijzelf echter streeft, zo schrijft hij, naar een onvergankelijke erekrans. Misschien heeft Paulus dit met een knipoog naar een specifieke gewoonte van de Isthmische Spelen geschreven. Elk van de vier pan-helleense Spelen had een eigen erekrans. Bij de Olympische en andere Spelen werd een krans van vers groen gebruikt. Bij de Isthmische Spelen echter was als enige de lauwerkrans van verdord groen gemaakt. Misschien was de ereprijs van de Isthmische Spelen, welbekend bij zijn gehoor, voor Paulus daarmee een stukje dichter bij de vergankelijkheid. Kon hij daarom juist die prijs mooi contrasteren met een onvergankelijke krans, één die niet verdorren zou?
Door Erik van Halsema
Oorspronkelijk verschenen in Kerkblad voor Hilversum 2004-17, 21 augustus 2004
|