Column voor kerkblad voor Hilversum,
augustus 2007
Soms als ik op een zondagmorgen naar de kerk fiets, met mijn preek achterop, denk ik: laten we nu eens doen alsof het de laatste kerkdienst is. Dat we dus niet de ‘zoveelste zondag in het jaar vieren’, er van uitgaande dat we volgende week weer een viering hebben. Maar dat we doen of het nu of nooit is. Dat we elkaar aankijken of het misschien de laatste gelegenheid is dat we elkaar zullen zien. Dat we zingen, orgel spelen, lezen en preken of het de laatste keer is. Dat we God danken en loven alsof we niet zeker weten dat we dat ooit nog samen zullen doen. Dat we elkaar aankijken als zusters en broeders die niet zeker weten of het ons gegeven is elkaar weer te zien. Dat we een gast verwelkomen met een breed gebaar van gastvrijheid, en maar al te graag onze plaats voor hem of haar afstaan. Want we weten dat het ook voor die gast nu of nooit is: vanwege de eerste indruk beslist de gast of die terugkomt ja of nee.
Als we het bovengeschetste gevoel een beetje zouden krijgen, kan het weer actueel, spannend en urgent in onze kerken worden. Dat gevoel van urgentie lijkt nu wel eens te ontbreken. We vinden het immers geen probleem als de ‘viering’ eens slaapverwekkend is. Want volgende week is er toch weer een zondag? Ik overdrijf het bewust. Dat mag in een column.
Maar stel je eens voor dat we wel gaan zingen, bidden, luisteren, lezen en preken alsof ons eigen leven er van afhangt, alsof Christus ieder moment kan terugkeren. En stel je eens voor dat we de gast gaan beleven als een eenmalige unieke kans om iemand te ontmoeten, iemand voor wie we maar al te graag ruimte willen maken!
Als we uit deze urgentie gaan leven van nu of nooit dan zou de sfeer wel eens heel anders kunnen gaan worden in onze kerken. Dan kunnen we nog wat gaan beleven. Maar laten we wel snel zijn. Want de tijd dringt.
ds. Erik van Halsema.