|
Hoofdstuk 21: “Het spook in de machine: waarom de mens meer is dan materie”
(“het idee van een onstoffelijke ziel.... is dankzij de opmars van de natuurwetenschappen niet langer geloofwaardig”, Daniel Dennett, Freedom evolves)
Is het geweten een illusie? En de ziel een fictie? Zijn we alleen hersenen, bloed en organen? Is de mens een intelligente robot, een geavanceerde computer?
Fysioloog Victor Stenger: “Als we inderdaad een onstoffelijke ziel bezitten, dan zouden we daar enig bewijs voor moeten vinden”. (God, een onhoudbare hypothese)
Filosoof Daniel Dennett: “Zenuwcellen vormen een complex geheel; als je er genoeg van combineert, heb je een ziel”.
Fysicus Jerome Elbert: “Onze mentale processen zouden tussen hersenen en ziel heen en weer gaan. Dan zou er dus informatie uitgewisseld worden tussen een materiele wereld (hersenen) en een niet-materiële wereld (ziel). Zulke interacties veronderstellen dat de wetten waar de wetenschap mee werkt, overal in het universum gelden – met uitzondering van de mens....”. Elbert constateert dat zoiets de essentie van de moderne natuurwetenschap op het spel zet.
Francis Crick (die de structuur van het DNA opgehelderd heeft): “U denkt misschien dat de wil vrij is, maar in werkelijkheid is hij het resultaat van dingen waar u zich niet bewust van bent”.
E.O. Wilson: “de verborgen processen die aan mentale activiteit voorafgaan, wekken de illusie van een vrije wil”.
Dawkins: “Mensen kunnen zich tegen hun scheppers (bedoeld worden de impulsen van de hersenen, HK) keren en hebben op z’n minst de kans om hun plannen in de war te sturen” Hiermee geeft Dawkins echter toe dat de mens een unieke positie in de kosmos inneemt, omdat we met onze geest ons biologische lot kunnen beïnvloeden.
Steven Pinker: “Wat we het zelf noemen, is gewoon een van de netwerken van hersensystemen”.
Pinker heeft ervoor gekozen geen kinderen te hebben: hij geeft daar de “voorkeur” aan. Daarmee gaat hij in tegen zijn biologische programmering. Hij zegt zelfs dat “de genen kunnen doodvallen met hun drang tot voorplanten”. Maar daarmee haalt hij alle darwinistische redeneringen over menselijk gedrag onderuit. Immers, hoe kunnen geluk en deugd iets zijn wat ‘we zelf bepalen’? Waar moeten we dat ‘we’ zoeken, dat zich onafhankelijk van de genen die ons gedrag programmeren, manifesteert?
Als we uit niets anders dan materie bestaan, dan is die materie verantwoordelijk voor onze gedachten, emoties en morele intuïtie. Inderdaad, alcohol en vermoeidheid tast de concentratie aan, hersenletsel en Alzheimer tasten onze persoonlijkheid aan.
Volgens Crick “zien, menen, interpreteren’ hersenen. Maar de filosoof Peter Hacker en de neurowetenschappen Max Bennett zeggen juist dat hersenen als orgaan zich nergens van bewust zijn, maar de persoon is zich ergens van bewust, de hersenen denken niet, ik denk. Net zoals ik tennis m.b.v. mijn handen en m’n racket, zo denk ik m.b.v. m’n hersenen.
Pinker geeft toe dat ‘menselijk gedrag het best inzichtelijk kan worden gemaakt door het te verklaren in termen van meningen en wensen, niet in termen van actiepotentialen, hersenvolume en neuronale vertakkingen’.
We ervaren ons leven als een eenheid, wat ook een argument tegen een al te materialistische verklaring. Immers de materie waaruit ons lichaam bestaat, verandert voortdurend en toch blijf ik dezelfde persoon. Met name door onze herinneringen aan het verleden en onze verwachtingen van de toekomst blijven we heel ons leven door een en dezelfde persoon.
Natuurlijk, de mens is (ook) een verzameling moleculen, maar zoals het werk van Shakespeare meer is dan een verzameling woorden, de symfonieën van Beethoven meer is dan een verzameling klanken, zo is de mens meer dan een verzameling moleculen.
Hoe kan het materialisme verklaren dat we onze interpretaties van de wereld niet alleen beschouwen als chemisch opgewekte reacties, maar als ware inzichten. Bioloog Haldane: ‘Als mijn psychische processen volledig worden bepaald door mijn hersenstructuren, heb ik geen reden om te veronderstellen dat mijn opvattingen waar zijn... en dus heb ik ook geen reden om aan te nemen dat mijn hersenstructuren bepalend zijn’.
Ook evolutie redt het materialisme niet: De strijd om het bestaan preste de mens er niet toe het vermogen te ontwikkelen om te begrijpen welke banen de planeten beschrijven of hoe materie er onder de microscoop uitziet.
Vrije wil een illusie? Kant concludeert uit het bestaan van de moraal tot het bestaan van de vrije wil: als we geen keus hadden, was er geen moraal. Kant stelt vast dat mensen niet zonder moraal kunnen, alleen zieke mensen, psychopaten, kunnen dat. Vrije wil betekent dat we tot op zekere hoogte autonoom zijn en niet zomaar onderworpen aan onze natuurlijke neigingen.
Inderdaad, het lijkt bizar dat er één soort schepsel is dat bij machte is in strijd met de (biologische) natuurwetten te handelen. Maar er is inderdaad zo’n schepsel, en dat zijn wij.
|