Het christendom is zo gek nog niet (20) Afdrukken

Deel VII - Christendom en moraal

Hoofdstuk 20: “Natuurwet en goddelijke wet: de objectieve grondslagen van de moraal”.
 
De afkeer tegen het christendom is vooral gericht tegen de christelijke moraal die als willekeurig, autoritair of zelfs wreed gezien wordt.
Dawkins: ‘De God van het Oude Testament is een onaangename figuur: jaloers, trots daarop, kleingeestig, onrechtvaardig, wraakgierig, bloeddorstig, vrouwen hatend, homofoob, racistisch, kinderen vermoordend, genocidaal, megalomaan, sadistisch.
Die God lijkt in strijd met onze moraal.
 
Wat is moraal: een universeel stel voorschriften of een verzameling soepele regels die een vreedzame coëxistentie moet bevorderen?
Het vrijheid-beperkende karakter van moraal roept protest op. Hitchens: ‘het christendom is erop uit een orthodoxe levenswijze op te dringen aan een vrije, pluralistische, seculiere republiek’. Hitchens is niet tegen moraal; er is een hoogstaande manier van leven mogelijk zonder er een God of godsdienst bij te halen.
Dawkins: “iemand moet wel een hele lage dunk van zichzelf hebben om te denken dat, als het geloof in God plotseling ophoudt te bestaan, we allemaal harteloze, zelfzuchtige hedonisten worden, zonder een greintje vriendelijkheid, naastenliefde en grootmoedigheid’.
 
D’Souza: ‘Atheïsten kunnen heel goede en bewonderenswaardige mensen zijn. Ik ken een stuk of wat gelovigen die met iedere atheïst kunnen wedijveren in het overtreden van de goddelijke geboden’.
De Engelse romanschrijver Evelyn Waugh antwoordde op de vraag hoe een katholiek zo verloederd en rancuneus kan worden, ‘U moet bedenken hoeveel erger ik eraan toe zou zijn als ik geen katholiek was!’.
 
Er spelen drie vragen: (1) Bestaat er een universele moraal, (2) Heeft ze een religieuze grondslag en (3) Hoe kunnen we de moraal kennen’.
Er bestaat het filosofische idee dat moraal relatief is, “een kwestie van opvatting’. Klopt dat? Of ligt de moraal buiten onszelf?
 
Wetenschappers zijn het erover eens, dat alle culturen een vorm van moraal (het onderscheid tussen ‘wat is’ en ‘wat behoort te zijn’) hebben en dat die ook in grote lijnen overeenkomt. De grote wereldgodsdiensten zijn het er aardig over eens, ook al verschillen ze tamelijk sterk van mening over God. De gulden regel “wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet” komt in alle belangrijke godsdiensten voor. Soortgelijke ‘voorschriften’ komen voor bij de oude Grieken en Romeinen, bij Confucius en in animistische samenlevingen. En in elke cultuur worden oneerlijkheid en lafheid gezien als ondeugden.
Trouwens, daag een relativist uit door racisme en onbarmhartigheid te verheerlijken, en hij zal protesteren, dus zo relatief (‘ook een mening’) zijn zijn waarden niet.
 
De moraal is dus universeel, en dat is tegelijk een krachtig argument voor het bestaan van God: morele wetten veronderstellen een morele wetgever; God bepaalt uiteindelijk wat goed is.
 
De prominente atheïsten zoeken naar argumenten uit de evolutie om moraal te verklaren als het product van evolutie en natuurlijke selectie: wat zich voordoet als altruïsme is in werkelijkheid geprogrammeerd in onze genen; we worden er zelf beter van. Dat geldt voor het wederzijdse altruïsme: vroeg of laat worden wij geholpen en daarom helpen wij anderen.
De genetische ‘motivatie’ geldt ook voor onze inzet voor onze verwanten: we willen onze genen doorgeven en als we dat gedaan hebben, hebben we er alles voor over om die genen te laten voortbestaan (ouderliefde).
 
Maar er is ook ‘sterk’ altruïsme: wat heeft het voor erfelijk voordeel een oude van dagen te helpen, bloed af te staan t.b.v. onbekenden, ‘uw vijanden lief te hebben’? Inderdaad, evolutiebiologen geven aan hier geen raad mee te weten.
 
Uiteindelijk draait het bij moraal erom dat je doet wat je behoort te doen, niet wat je geneigd bent te doen of wat je goed uitkomt. De moraal spreekt de taal van de plicht. En verzaken we daaraan, dan spreekt het geweten, dat een permanente gids en een persoonlijke morele leermeester is. Het geweten is bij machte zelfverwijt, wroeging en schaamte op te roepen.
 
Volgens Kant is het geweten een stem die rechtstreeks vanuit ons innerlijk tot ons spreekt. C.S. Lewis verwoordt het eenvoudiger: ‘het geweten is niets anders dan de stem van God in onze ziel’.
 
Dus: ja, de moraal is universeel, er kan een religieuze grondslag aan toegekend worden en we leren morele inhoud van ons geweten.
 
 

Vieringen

Zondag 20 mei

Voorganger: ds. Erik van Halsema
Aanvang 10.00 uur

Na afloop koffiedrinken in de wijkzaal

 
Zondag 27 mei

Pinksterfeest
Voorganger: ds. Jetty Scheurwater
m.m.v. koor
Aanvang 10.00 uur

Na afloop koffiedrinken in de wijkzaal

 
pkn-logo_kleur.png