Het christendom is zo gek nog niet (11) Afdrukken

Deel IV: Het godsbewijs uit de schepping

D’Souza gaat na in hoeverre de moderne wetenschap de bewering dat God bestaat, ondersteunt of ondermijnt. De vraag is: vertoont de natuur een ontwerp dat op een schepper wijst of kan deze op een louter naturalistische manier worden verklaard.

Hoofdstuk 11: Een universum met een begin: God en de astronomen

 

“Het is moeilijk te verklaren waarom het universum juist op deze manier begonnen is, tenzij het een daad is geweest van een God die van plan was wezens zoals wij te scheppen” (Stephen Hawking, A Brief History of Time).

De astronoom Carl Sagan: ‘de kosmos is alles wat er is, geweest is en ooit zal zijn’. Fysicus Weinberg: ‘de natuurwetten zijn, voorzover we hebben kunnen ontdekken, onpersoonlijk, zonder iets dat wijst op een goddelijk plan of een speciale status voor de mens’.

Volgens de huidige inzichten heeft het heelal een begin gehad, de oerknal. Dat volgt al uit de tweede wet van de thermodynamica die zegt dat de mate van chaos voortdurend toeneemt. Dat betekent dat de mate van chaos vroeger kleiner was, en naarmate je verder teruggaat...., enz. Dat zien we ook terug in het verval van alles wat wij maken. Het betekent ook dat sterren opbranden: ze raken door hun brandstof heen.  De astronoom Hubble ontdekte dat sterrenstelsels allemaal van ons af bewegen en wel hoe verder weg hoe sneller ze dat doen. En niet alleen de sterrenstelsel doen dat, het hele heelal dijt voortdurend uit. Opnieuw: terugrekenen betekent dat ooit alles veel dichter bij elkaar zat, ja dat alles geconcentreerd was in één punt. Dat punt was zelfs kleiner dan een atoom. Met wat we nu weten, kunnen we uitrekenen dat alles met een enorme explosie van licht is begonnen; de begintemperatuur was zelfs te hoog voor het bestaan van protonen en neutronen. Pas na afkoeling ontstonden deze deeltjes en later de kleinste atomen. Grotere atomen ontstonden later pas in het binnenste van uitdovende sterren.
In de jaren zestig van de vorige eeuw ontdekten wetenschappers bij toeval een achtergrondstraling die overal in de kosmos aanwezig is. Het blijkt de al door theorie voorspelde nagalm van de oerknal te zijn.
Let wel: voor de oerknal was er geen tijd, geen ruimte en bestonden er geen natuurkundige wetten zoals wij die nu kennen. Over dat wat aan de oerknal voorafging kan, zo zeggen de natuurwetenschappers zelf, wetenschappelijk niets gezegd worden.

Wetenschappers waren geschokt door deze uitkomsten. Einstein kon eerst niet erkennen dat een uitdijend heelal een consequentie was van zijn eigen theorieën. Hij deed zijn best te bewijzen dat dat niet klopte, maar gaf uiteindelijk toe. De astronoom Eddington noemde zo’n begin “absurd, ongeloofwaardig en weerzinwekkend”.
Drie astronomen Bondi, Gold en Hoyle kwamen halverwege de vorige eeuw met de mogelijkheid van een stabiel heelal: een heelal met een oneindige leeftijd waarin ook ruimte en tijd eeuwig waren. Het werd indertijd enthousiast door de wetenschappers ontvangen, maar heeft onder invloed van nieuwe gegevens weer het loodje gelegd.
De oude Grieken geloofden ook in een stabiel heelal: alles wat is, is uit iets anders voortgekomen. Newton had om zijn bewegingswetten universele geldigheid te geven een absolute tijd en ruimte gepostuleerd. De implicaties zijn in hoge mate atheïstisch: als het heelal er altijd al was, heeft niemand het geschapen. Newton verzette zich dan ook tegen deze implicaties. De wiskundige Laplace zei echter tegen Napoleon n.a.v. zijn neveltheorie als oorsprong van het zonnestelsel, over God: ‘die hypothese had ik niet nodig’.
Volgens filosoof Russel is het heelal er nou eenmaal en meer kunnen we er niet over zeggen. De natuurkundige Stenger sluit niet uit dat het heelal ‘onveroorzaakt is’ en ‘uit het niets is opgekomen’.

Het Boeddhisme kent een veelheid aan wereldstelsels die voortdurend ontstaan en vergaan. Samen met het Hindoeïsme gaat het uit van een eindeloze cirkelgang van de tijd.

En dan de Bijbel. Die gaat uit van een begin: ‘In het begin schiep God de hemel en de aarde’. Het verhaal heeft het daarbij over dagen, maar het Hebreeuwse woord kan ook ‘seizoen’ of ‘tijdperk’ betekenen. (denk ook aan 2 Petrus 3, vs 8: ‘voor de Heer is een dag als duizend jaar en duizend jaar als een dag’). Ook kerkvaders als Ireneus, Origenes and Augustinus interpreteerden de scheppingsdagen niet als etmalen en de meeste traditionelere christenen hebben hier ook geen moeite mee.

Hoewel de natuur ons geen aanleiding geeft aan een begin te denken (behalve dan die van ons af bewegende sterrenstelsels), geloven Joden en christenen al heel lang dat God tegelijk met het heelal ook ruimte en tijd schiep. Kerkvader Augustinus antwoordde op de vraag waarom God zolang niets uitvoerde voordat hij besloot het heelal te scheppen, dat de vraag zinloos was: Voor de schepping was er geen tijd, schreef hij, want de schepping van de tijd ging gepaard met de schepping van het heelal. De moderne fysici geven Augustinus gelijk en bevestigen de aloude opvatting van Joden en christenen.
Ook opmerkelijk is dat in het Bijbelse scheppingsverhaal de schepping van het licht voorafgaat aan de schepping van zon en maan. Inderdaad: het heelal werd 15 miljard jaar geleden geschapen in een explosie van licht. Onze zon en onze planeet ontstonden miljarden jaren later.
Arno Penzias die de Nobelprijs won voor het ontdekken van de kosmische achtergrondstraling zei: ‘De beste gegevens waarover we beschikken geven precies aan wat ik voorspeld zou hebben als ik alleen had moeten afgaan op de vijf boeken van Mozes, de Psalmen en de `bijbel als geheel’. De astronoom Jastrow: ‘Voor de wetenschapper die het moet hebben van zijn geloof in de macht van het verstand, eindigt het verhaal als een boze droom. Hij heeft het gebergte  van de onwetendheid beklommen en staat op het punt de hoogste top te bedwingen. Terwijl hij zich over het laatste rotsblok hijst, wordt hij begroet door een groep theologen die daar al eeuwenlang zitten’.

De Bijbel is geen wetenschappelijk handboek; de bijbelschrijvers waren er niet op uit ons wetenschappelijke theorieën aan de hand te doen. Maar het boek is betrouwbaar gebleken op grond van conclusies van modern wetenschappelijk onderzoek. Kort en goed: 1. Alles wat begint te bestaan heeft een oorzaak. 2. Dus heeft ook het universum een oorzaak en 3. Die oorzaak noemen wij God. Het is onredelijk en ook onwetenschappelijk net te doen alsof het heelal geen oorzaak zou hebben. Alleen: dat zijn niet de ons bekend natuurwetten want die zijn pas ontstaan met de oerknal. Wij noemen die oorzaak God omdat Hij, buiten ruimte en tijd staande, die geschapen kan hebben, Hij buiten de natuur staat en die dus geschapen kan hebben, Hij in wijsheid en macht tot de schepping besloot en daarom noemen wij Hem alwijs en almachtig (maar nu zijn we in de sfeer van belijdenis, HK). Te zeggen zoals Steven Weinberg deed: ‘de natuurwetten bevatten geen aanwijzing voor het bestaan van een goddelijk plan of een goddelijke schepper’ is als wetenschapper boven je competentie uit reiken.

 

 
 

Vieringen

Zondag 20 mei

Voorganger: ds. Erik van Halsema
Aanvang 10.00 uur

Na afloop koffiedrinken in de wijkzaal

 
Zondag 27 mei

Pinksterfeest
Voorganger: ds. Jetty Scheurwater
m.m.v. koor
Aanvang 10.00 uur

Na afloop koffiedrinken in de wijkzaal

 
pkn-logo_kleur.png